Boerderijdieren
12 Nov

Dierenwelzijn


Boerderijdieren maken al lang deel uit van gedomesticeerde dieren en hebben ook veel bijgedragen tot de ontwikkeling van de menselijke beschaving. In eerste instantie werden dieren gedomesticeerd omwille van hun meerwaarde als voedsel. Denk maar aan de melk van een koe, het vlees van een kip of een varken. Verder werden dieren ook ingezet in het huishouden of op boerderijen omwille van hun kenmerkende gedragseigenschappen. Zo werden katten op schepen meegenomen omdat ze zulke goede muizenvangers zijn en honden werden gebruikt om te jagen of schapen te hoeden.

Aan het begin van de 20ste eeuw, groeide de veeteelt exponentieel door de toename van de bevolking. Grotere aantallen veeteelt werden op alsmaar kleiner plaatsen samen gezet. Niettemin had dit gevolgen voor het gedrag van deze dieren. Het samenhokken heeft immers een impact op het libido, de eetgewoontes , maar ook de sociale interactie tussen dieren. Dit uitte zich in dieren die begonnen te vechten, zich angstig of neurotisch gedroegen. Niet enkel was dit nefast voor het welzijn van de dieren, maar zorgde dit ook voor minder efficiënte productie en dus verlies voor de veeteelthouder.

Ook vandaag de dag beslissen veel mensen om een huisdier aan te schaffen voor zichzelf of hun kinderen. Huisdieren hebben  dezelfde nood aan een aangepaste omgeving en de juiste zorgen. Niet elke eigenaar bezit de nodige kennis om hierin te voorzien, waardoor we ook probleemgedrag zien ontstaan bij huisdieren. Net zoals bij veeteelt, kan probleemgedrag bij kleine huisdieren zich manifesteren in gezondheidsklachten of slechte sociale interactie met dieren of mensen naar aanleiding van agressie of angst.

Gedomesticeerde dieren proberen elke dag om te gaan met de complexe omgeving waarin zij vertoeven. Die omgeving omvat steeds veranderende fysieke stimuli, sociale invloeden, roofdieren, parasieten en ziektes die hen als individu belagen.

De manier waarop zij hiermee omgaan kan variëren van fysiologische veranderingen in de hersenen tot veranderingen in het immuunsysteem, alsook gedragsveranderingen. Als er invloeden zijn waarmee het dier niet, of niet voldoende mee kan omgaan, kan dit zich verder uiten in probleemgedrag.

Dierenwelzijn kan je omschrijven als de staat waarin het dier zich bevindt, in de poging om met zijn complexe omgeving om te gaan. Dit is individueel anders per dier en varieert continue van goed tot slecht.

 

Bron: BSAVA Chapter 13_Broom and Fraser 2007 Introduction and Concepts